De stad als 'lab' voor eigen verbetering

September 2014

Burgers, beleidsmakers en wetenschappelijk onderzoekers die samen de stad verbeteren. Dat gebeurt tegenwoordig steeds vaker in zogenoemde 'living labs' (ook wel 'urban labs'). Zo'n lab is een bijzonder soort onderzoeksomgeving, waarin kennisontwikkeling en innovatie gelijk opgaan. Deze zomer (2014) kregen tien onderzoeksvoorstellen financiering van het Joint Programming Initiative Urban Europe. Vier van de voorstellen worden vanuit Nederlandse universiteiten geleid. Wat hen bindt, is dat de onderzoeksteams in nauwe samenwerking met steden en kennisinstellingen in binnen- en buitenland gaan experimenteren met kennis en instrumenten die steden kunnen revitaliseren. Wat verwachten de programmaleiders van hun experimenten in de labs?

Dr. nat techn. Katharina Gugerell (Rijkuniversiteit Groningen) leidt het programma met de hippe naam 'play!UC'. Gugerell licht toe: 'Steden opgevat als systemen worden gekenmerkt door een hoge mate van complexiteit. Stedenbouwkundige projecten vereisen de betrokkenheid van de verschillende belanghebbenden en actoren. Daar is al het een en ander voor ontwikkeld, maar er blijven uitdagingen. Hoe zorg je ervoor dat iedereen ook op de langere termijn betrokken en gemotiveerd blijft? En hoe bereik je traditioneel ondervertegenwoordigde groepen? Wij vragen ons af of 'serious games' hier een nuttige rol in kunnen spelen – en dan nog wel op locatie. In tegenstelling tot andere game-projecten starten wij eerst met bestaande games en game-benaderingen. Gebaseerd op onze bevindingen daarmee ontwikkelen we nieuwe. Dat lijkt ons effectiever.'

Fundamenteel onderzoek en toepassing verbinden
Gugerell werkt met een interdisciplinair team bestaande uit ontwerpers, architecten, landschapsarchitecten, game-ontwerpers en gedragswetenschappers. Deze zijn verbonden met zogenoemde 'living labs' in Wenen, Genk en Groningen. Gugerell: 'We proberen om fundamenteel onderzoek in Nederland en België en toepassing in Oostenrijk met elkaar te verbinden. Omdat we focussen op problemen uit de 'echte wereld' met een hoge mate van onzekerheid, zijn nieuwe vormen van kennisproductie en co-creatie, zoals in de 'living labs' gebeurt, noodzakelijk. We ontwikkelen als het ware een steen van Rosetta voor stedelijke complexiteit, participatie en games.'

Bijdragen aan het debat over veerkracht van steden
Prof. dr. Frank van Oort (Universiteit Utrecht) vertelt over zijn programma 'Resilient Cities'. Dit draait om economische en sociale veerkracht van stedelijke regio's in Europa. 'Het is een heel actueel thema. Hoe komen steden en regio's uit de crisis, waar ontstaat economische vernieuwing en groei in de nabije toekomst, en profiteert iedereen daar evenveel van? Wat kan beleid hieraan sturen en faciliteren? De hoofdvraag van ons project is dan ook: wat bepaalt economische en sociale veerkracht van regio's, en welke kansen zijn er voor hernieuwde groei en innovatie in Europese stedelijke regio's? Er is inmiddels een levendige discussie over regionale veerkracht (resilience) en de wereld na de crisis. Ons project voegt een aantal nieuwe dingen toe aan het debat.'

Welk beleid draagt bij?
Het eerste punt dat Van Oort wil toevoegen is dat vernieuwing en diversificering van de economie altijd van belang zijn – niet alleen in crisistijd. 'We kijken naar de diversificering van stedelijke regio's in Europa over alle sectoren heen. Welke nieuwe sectoren komen erbij door de tijd, welke vallen er af en krimpen? In hoeverre is een regio in staat zich structureel te vernieuwen en te groeien in werkgelegenheid en productiviteit? De rol die instituties en beleid hierin spelen, is sterk onderbelicht in het 'veerkrachtdebat'. Welke instrumenten dragen bij aan lokale groei en innovatie? Leidt het tot die diversificering van de economie? Zijn instrumenten economisch (arbeidsmarkt, valorisatie) of ook ruimtelijk (science parks, clusters, woonmilieus) van invloed? Hoe verschillen ontwikkeltrajecten binnen Europa (oost versus west, zuid versus noord, grote steden versus ommeland en platteland)?'

Internationaal regio's vergelijken
Een ander punt is de 'menselijke' kant. Van Oort: 'Wat goed is voor bedrijven hoeft nog niet goed te zijn voor mensen. In termen van happiness en well-being: welke groepen mensen in steden zijn meer en sneller veerkrachtig, welke factoren zijn daarbij van invloed, wat zijn de verschillen in Europa?' Het derde punt is de vraag hoe economische en sociale veerkracht afhangt van hoe een regio zichzelf organiseert en diversifieert ten opzichte van afhankelijkheid van posities in netwerken. 'Als een groot deel van de lokale ontwikkeling afhangt van investeringen, handelsrelaties en kennisontwikkeling elders, dan is die positie in netwerken heel bepalend. We kijken naar netwerken van kennis (co-patenten), handel en buitenlandse investeringen, en bepalen welk deel van lokale groei en veerkracht afhangt van lokale omstandigheden en welke van netwerken. Naast kwantitatieve analyses kijken we naar best practices in zes regio's, waarvan twee in Nederland, twee in Zweden en twee in Groot-Brittannië.'

De zelforganiserende stad
Prof. dr. Erwin van der Krabben (Radboud Universiteit Nijmegen) leidt het programma 'SimsCity ValueCap'. Dit draait om het tegenwoordig steeds meer in zwang rakende concept van zelforganisatie in gebiedsontwikkeling. Van der Krabben: 'Om Europese steden te regenereren, is stedelijke transformatie zoals de herontwikkeling van oude bedrijfsterreinen en havengebied uitgegroeid tot een krachtig, maar vaak ook problematische strategie. Anticiperend op een minder grote betrokkenheid van de publieke sector, willen we in dit project innovatieve ontwikkelingsstrategieën en instrumenten ontwikkelen die samenwerking tussen bijvoorbeeld eigenaren, bewoners, winkeliers en bedrijven bij het zelf nemen van het initiatief voor stedelijke transformatie promoten en stimuleren. Voorbeelden van deze strategieën zijn het opzetten van bedrijveninvesteringszones en stedelijke herverkaveling. We noemen dit de 'zelforganiserende stad'. Het bijzondere van dit project is dat we 'online'experimenten gaan doen, met behulp van een internetplatform voor zogenaamde gamesimulaties. Dit platform is door de Radboud Universiteit ontwikkeld samen met enkele andere universiteiten. Het is gebaseerd op inzichten uit de speltheorie, denk bijvoorbeeld aan het bekende prisoners dilemma. Dit maakt het mogelijk om deelnemers uit verschillende landen te laten deelnemen aan een game. Zo kunnen we ook testen voor culturele verschillen in samenwerking tussen bijvoorbeeld overheden en eigenaren in gebiedsontwikkeling. Het project bouwt in feite voort op experimenten die we eerder hebben uitgevoerd in het project Delta Oost – ook een VerDuS-project. We zullen experimenten doen met de ruimtelijke planningsprofessionals en andere belanghebbenden om te kijken of het mogelijk is om succesvol beleid en strategieën van het ene Europese land naar andere landen over te hevelen. We werken samen met partners in Engeland, Noorwegen en België.'

Stedelijke experimenten rond stedelijke governance
Prof. dr. René Kemp (Universiteit Maastricht) onderzoekt met zijn consortium het fenomeen van urban labs. Het programma heet 'URB@Exp' en analyseert hoe stedelijke experimenten bijdragen aan de ontwikkeling van steden en hoe de positieve mogelijkheden van dergelijke experimenten kunnen worden gemaximaliseerd. Kemp: 'Wij maken een vergelijking van labs in middelgrote steden in verschillende Europese landen. We kijken ook welke lessen deze ervaringen opleveren voor urban governance en hoe goede praktijken kunnen worden opgeschaald.'

Tegenstemmen niet wegmoffelen
Kemp baseert zich op concepten uit de transitiekunde en participatief ontwerp. Transitie-experimenten zijn experimenten met strategisch leren voor het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen. Agonistic Participative Design (APD) is een methode om de stem van gemarginaliseerde groepen in planningsprocessen te laten horen. Kemp: 'Je zoekt in dit soort processen niet direct naar consensus, maar naar tegengeluiden. De uitdaging is om belangentegenstellingen bespreekbaar te maken in plaats van weg te moffelen. Bestaande ideeën over de deliberatieve democratie blazen we nieuw leven in via dit actieonderzoek. De steden Antwerpen, Graz, Leoben, Malmö en Maastricht zijn projectpartners en openen hun stedelijke laboratoria voor experimenten en onderzoek.'

Nieuw tijdperk vraagt om nieuwe manieren van doen
Kemp: 'Steden zijn vooral geïnteresseerd in verbetering van hun aanpak van problemen als leegstand, huisvesting van kansarme groepen, klimaatverandering en sociale veerkracht. Daarvoor gaan ze gezamenlijk problemen en mogelijke oplossingen verkennen. Het eerste enthousiasme bij de betrokkenen is er al. De betrokken wethouder van Maastricht verklaarde in september op een persconferentie dat Maastricht in een nieuwe fase van stedelijke ontwikkeling terecht is gekomen. En nieuwe tijden vragen om een ​​andere aanpak. Dit betekent dat een nieuwe manier van stedelijke ontwikkeling nodig is waarin herbestemming en tijdelijk gebruik van gebouwen, stapsgewijze transformatie, een ruimere opvatting van duurzaamheid en co-creatie centraal staat. Maastricht-LAB, een ontwikkelplatform voor co-creatie en nieuwe stedelijke ontwikkeling geeft volgens hem brandstof aan dit proces van stedelijke verandering.'

 
DEEL: 

Verbindende woorden

Agenda

Volg ons op twitter